Voor mijn werk film ik vaak voor r.ealityprogramma’s. Gedurende zo’n traject moet de indruk dat er gefilmd, geïnterviewd en geregisseerd wordt ten alle tijden vermeden worden, want daar heeft de kijker niets mee te maken. Die kijkt r.eality. En dat is metzonder vragenstellende cameramensen. Ik besta dus niet.
Wanneer een kandidaat tijdens de afwas haar hart lucht over de droom die toch een beetje tegenvalt
(“Marco zag meteen een succesvol v.ijfsterren restaurant in deze plaggenhut en ik viel voor de serene rust en de eeuwenoude boom op het pleintje, maar nu blijkt het best een gedoe om van een met gekauwde stront opgebouwde hut op een bijna niet te bereiken bergtop een goedlopend restaurant te maken. Maar ja…. teruggaan kan niet meer, dus moeten we er maar het beste van maken…. Ja….â€)
…wanneer die kandidate dat dus tijdens de afwas staat te vertellen, dan heeft ze het tegen mij. Of tegen een collega, maar daar gaat het niet om: er is haar een vraag gesteld en omdat ze al wat langer meedoet aan het programma weet ze dat ze haar antwoord zo moet formuleren dat de vraag niet gebruikt hoeft te worden. De camera en interviewer bestaan niet.
Elke ontmoeting met een nieuwe kandidaat begin ik dus met diezelfde zin: ‘Doet u nou maar alsof ik niet besta en doe gewoon uw..erh.. ding.’ En na een tijdje vergeten ze me en bieden ze me niet steeds weer tijdens het filmen koffie aan. (Jij ook? Oh shit, jij bestaat niet. Sorry.)
En mijn eigen leven bestaat tijdens zo’n project al helemaal niet. Want de meeste mensen doen namelijk niet lekker tussen 9 en 5 ‘hun ding’ zodat ik bijtijds weer naar huis kan. Juist niet.
Ze emigreren naar een heel ver land om met de op het strand gevonden geliefde (“toen ik zijn ogen/lach/spieren zag wist ik dat Carlos/Juan/Pepe de ware wasâ€) in een kuil te gaan wonen.
Of ze willen afvallen en eten daarom een half jaar eierkoeken. Wat op zich niet zo’n probleem is, ware het niet dat dat soort mensen altijd in de Achterhoek wonen, zodat ik per eierkoek minimaal een dag kwijt ben en ik dus net zo goed even kan filmen (nu ik er na 9874289789 uur rijden toch ben) wanneer ze tijdens een feest op een peen zitten te knagen. En dan ben ik dus pas weer thuis als het alweer bijna licht is.
Of (dit programma doe ik echt nooit meer) ze willen leren hoe ze M.elissa, J.ayden of R.oxy in diens eigen bedje kunnen laten slapen. Zodat ik in het holst van de nacht surrealistische taferelen film van moeders die voor het ledikantje van hun peuter op de grond zitten om (“vermijd wel het oogcontactâ€) steeds een millimeter (per kwartier) richting de deur te schuiven zodat M.elissa, J.ayden of Roxy uiteindelijk van verbazing en/of uitputting in slaap valt en het de ochtend daarna een sticker op het positief-belonen-bord mag plakken. En daar ben ik uiteraard ook weer bij aanwezig.
Toen ik op IVF ging kon ik dit soort opdrachten natuurlijk niet aannemen. Maar nu de IVF stil ligt omdat ik na 2 jaar min of meer niets doen echt even geld moet verdienen zou ik weer even voor wat landelijke programma’s werken. Ik begon ergens in oktober.
En het ging op dag 1 meteen flink mis.
Iets met black-outs, zweten, de camera niet meer snappen, heel vaak sorry zeggen, trillen, steeds vergeten wat ik had gevraagd (en weer sorry zeggen) en thuis huilen en overgeven en nachten malen of ik alles wel goed (en scherp en mooi en volledig en etc) had gefilmd. En gevraagd.
En toen durfde ik niet meer dus schreef ik een best wel warrige mail naar de opdrachtgever met dat ik door van alles en nog wat (en omstandigheden etc) helaas niet meer kon komen. Maar toen wilden ze daar toch wat meer van weten, dus regende het op een gegeven moment 035-nummers. Maar ik nam de telefoon niet op en daardoor voelde ik me uiteindelijk een soort van opgejaagd hert. Met trillen en zweten en jammeren.
Van de h.uisarts kreeg ik pillen waar ik zo slap en zwaar van werd dat ik ze liever bewaar voor het moment dat ik heel graag apathisch in een bank wil wegzakken zonder mijn ledematen te kunnen bewegen. En een verwijsbriefje voor p.sychische hulp. Die heb ik wel gebruikt.
Uiteindelijk werd ik gebeld. Door een meisje van een jaar of drie. Dat een half uur lang vragen voorlas.
Nadat we de meest uiteenlopende zaken hadden besproken (wilt u best graag dood of andere mensen iets aandoen, en eet u de laatste tijd teveel of juist te weinig en hoort u stemmen of denkt u wel eens dat u gedachtes kan lezen of dat de TV tegen u praat) beloofde ze me zo snel mogelijk terug te bellen.
Dezelfde dag nog belde ze terug om te zeggen dat ik een vervolggesprek zou krijgen bij de angst-club. Of misschien noemde ze het anders, maar daar kwam het wel op neer.
En daar had ik gisteren weer een intake. Nu kon ik de ander zien terwijl ze vragen voorlas. En deze intakester was ietsje ouder. Zeventien, schat ik.
Na twee uur kwam het oordeel: een sociaal fobie. Iets met perfectionistisch en angst voor kritiek en door de mand vallen en niet weten wat ik waard ben en meer van dat soort dingen. En ‘niet zo van de mensen’. Dat ook.
En toen kwam het.
Ik zou behalve individuele t.herapie ook acht keer deel gaan nemen aan een g.roepstherapie. Want ‘dat hoorde bij het pakket’.
En ga dan maar uitleggen, met je net aangemeten sociale fobie, dat je daar echt niet op hoeft.
Ergens in februari of maart (of april of -) ga ik dus (misschien) in groeptherapie. Voor angstige mensen met een verkeerd zelfbeeld. Dat ik vind dat ik dat niet hoef te doen heeft natuurlijk alles te maken met dat verkeerde zelfbeeld. Eigenlijk ben ik namelijk dol op groepsdingen. Het zit alleen heel diep weggestopt.
Ik stel me voor dat er vooral domme en heel enge mensen op zo’n groep zitten. Die allemaal zeer terecht een laag zelfbeeld hebben. En dat we elkaar dan complimenten moeten geven in het kader van ik ben okay, jij bent okay, we zijn allemaal okay en laat de sessie-leidster afrikaans gaan trommelen zodat we lekker expressief kunnen dansen tot aan de koffiepauze.
Goddank ben ik enorm getraind in er niet zijn.
Ik zoek voor de zekerheid wel alvast naar neutrale complimenten waarmee ik me geen buil kan vallen. Dingen als ‘je bent echt jezelf en dat waardeer ik aan je’. Of ‘je lijkt me een aardig mens’.
Iemand?
*edit* Ik werk nu trouwens tot eind februari aan een nieuw r.ealityprogramma. Geheel stressvrij, omdat ik kennelijk maar een beperkt aantal triluren per jaar heb. En het feit dat dit programma gerund wordt door volslagen debielen (waardoor alles wat ik doe al prima is) helpt ook wel mee. Dus.